5/5
9.6 van 10 / 56 beoordelingen
Ingevorderd.nl

Besturen na schorsing geldigheid rijbewijs

Het lijkt haast vanzelfsprekend dat je als bestuurder enkel aan het verkeer mag deelnemen met een geldig rijbewijs. Toch komt het in Nederland veelvuldig voor dat mensen de weg opgaan met een rijbewijs waarvan de geldigheid is geschorst. Dit is strafbaar gesteld in de Wegenverkeersweg 1994. Hieronder lees je meer over de grondslag, wat het precies inhoudt en de mogelijke consequenties.

Inhoudsopgave

Geldig rijbewijs

In Nederland geldt een rijbewijsplicht voor deelname aan het verkeer in de hoedanigheid van bestuurder. Ingevolge artikel 107 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) dient aan de bestuurder van een motorrijtuig op de weg door de daartoe bevoegde autoriteit een rijbewijs te zijn afgegeven voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie waartoe dat motorrijtuig hoort. Bovendien zijn in voorgenoemd artikel criteria genoemd waaraan een rijbewijs moet voldoen.

Schorsing geldigheid rijbewijs

Wanneer je een overtreding als bedoeld in artikel 9 Wegenverkeerswet begaat, voldoe je in principe aan bovenstaande – je hebt immers een rijbewijs – maar er is dan iets aan de hand met de geldigheid van het rijbewijs. Artikel 9, vijfde lid WVW stelt dat het degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen is geschorst, verboden is gedurende de tijd dat de schorsing van kracht is, op de weg een motorrijtuig van de categorie of categorieën waarop de schorsing betrekking heeft, te (doen) besturen. Een schorsing vindt dus plaats wanneer het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) besluit een educatieve maatregel op te leggen dan wel een besluit maakt dat je een onderzoek naar de rijvaardigheid of de geschiktheid moet ondergaan. Volgens vaste rechtspraak (ECLI:NL:RVS:2017:646) hoeft voor het opleggen van een onderzoek naar de geschiktheid slechts een vermoeden van ongeschiktheid te bestaan. Tot het moment dat je hebt voldaan aan de educatieve maatregel dan wel een onderzoek naar de rijvaardigheid of rijgeschiktheid bent ondergaan, zal de geldigheid van het rijbewijs worden geschorst. Hiervoor dient evenals artikel 6 van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 als grondslag.
Een overtreding van het artikel kan enkel bewezen worden, indien er bewijs is voor het feit dat desbetreffende persoon wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de geldigheid van het rijbewijs was geschorst ten tijden van het begaan van de overtreding. Uit een vonnis van Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2021:8739) blijkt echter dat bij een schorsing van de geldigheid geldt dat het feit dat een besluit van het CBR per aangetekende post naar de verdachte is verstuurd niet zonder meer leidt tot de conclusie dat een gewezen verdachte wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat het rijbewijs geschorst was. De Hoge Raad voegt in een uitspraak van 1 juni 2021 (ECLI:NL:HR:2021:786) hieraan toe dat de bewijslat hiervoor erg hoog ligt en dat ook het feit dat het CBR het rijbewijs van de politie toegestuurd heeft gekregen niet voldoende bewijs oplevert dat verdachte wist of behoorde te weten dat de geldigheid van het rijbewijs was geschorst.

Strafmaten schorsing geldigheid

Voor de strafbepaling voor een overtreding van het artikel 9 WVW moet gekeken worden in artikel 176, tweede lid van de Wegenverkeerswet. Desbetreffende overtreding wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie. De bedragen in deze categorie variëren tussen €9.001,00 en €22.500,00 – conform artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Uit artikel 179 lid 1 respectievelijk lid 4 WVW blijkt dat bij veroordeling van de bestuurder van een motorrijtuig wegens overtreding van artikel 9 WVW desbetreffend persoon de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste vijf jaren kan worden ontzegd, en dat het kan worden vermeerderd tot tien jaren in geval van recidive binnen vijf jaren.
Naast de Nederlandse wet bestaan ook richtlijnen van het Openbaar Ministerie. Volgens de Richtlijn voor strafvordering motorrijtuig (doen) besturen tijdens ontzegging e.d. (2019R015) is twee weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf een logische maatregel. Mocht er sprake zijn van recidive kan het OM een gevangenisstraf eisen van drie à vier weken onvoorwaardelijk en bij meermalen recidive zelfs een gevangenisstraf van vier à zes weken onvoorwaardelijk. Onvoorwaardelijk houdt in dat de straf daadwerkelijk uitgevoerd wordt en dat de rechter niet kan bepalen dat de straf of een gedeelte daarvan niet zal worden tenuitvoergelegd. Naast de hiervoor genoemde strafeis zou ook een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen kunnen worden geëist.

Bijstand van een advocaat?

Zoals hierboven blijkt, is dit juridische vraagstuk vrij complex en ligt de bewijslat omtrent het weten al dan niet behoren te weten erg hoog. Juist daarom is het verstandig en sterk aan te raden om u te laten bijstaan door een gespecialiseerde advocaat.

Besturen na schorsing geldigheid rijbewijs