5/5
9.1 van 10 / 201 beoordelingen

Rijbewijs ingevorderd op grond van artikel 130 Wegenverkeerswet

In een aantal situaties wordt het rijbewijs ingevorderd door de politie, die het daarna indient bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). De politie moet dit doen op grond van artikel 130 Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Dit artikel zegt dat wanneer de politie (of een ander bevoegd persoon) vermoedt dat een bestuurder van een motorrijtuig niet langer beschikt over de rijvaardigheid, hiervoor schriftelijk mededeling moet doen bij het CBR. Dit geldt ook voor een vermoeden over de lichamelijke of geestelijke gesteldheid van een bestuurder waardoor het rijgedrag beïnvloed wordt.

Inhoudsopgave

Daarnaast is de bestuurder van het motorrijtuig verplicht om in zo een situatie het rijbewijs aan de politie af te geven. Deze verplichting geldt wanneer de bestuurder de veiligheid op de weg zodanig in gevaar brengt, per direct de rijbevoegdheid moet worden afgenomen. Het is dan niet meer veilig om deze bestuurder deel te laten nemen aan het verkeer.

De gevallen waarbij het rijbewijs van een bestuurder wordt ingevorderd

  • Rijden onder invloed van alcohol
    • Ademalcoholgehalte van 350 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht of bloedalcoholgehalte gelijk of hoger dan 0,8 milligram alcohol per milliliter bloed bij een beginnende bestuurder
    • Ademalcoholgehalte van 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht of bloedalcoholgehalte gelijk of hoger dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed
  • Rijden onder invloed van drugs
  • Psychiatrische problemen, geestelijk en/of lichamelijke aandoening
  • Spookrijden
  • Poging tot zelfdoding met de auto
  • Recidive (herhaaldelijk dezelfde overtreding begaan)
  • Tenminste drie aanrijdingen veroorzaakt in een periode van een jaar
  • Niet in staat zijn om het motorrijtuig in bedwang te houden
  • Bewust inrijden op een andere weggebruiker
  • Het intrappen van het verkeerde pedaal of het niet indrukken van het juiste pedaal, waardoor aanrijding wordt veroorzaakt

Wat beslist het CBR?

Wanneer het rijbewijs is ingevorderd door de politie op grond van artikel 130 WVW, dan doet de politie hiervan een melding bij het CBR. Zodra het CBR deze informatie ontvangt, gaat zij beoordelen of de bestuurder waarvan het rijbewijs is ingevorderd veilig de weg op kan. Dat wil dus zeggen dat het CBR verder oordeelt over het verdere verloop en welke maatregel er wordt opgelegd. Dit kan bijvoorbeeld een cursus zijn die de bestuurder moet volgen of een onderzoek die de bestuurder moet doen. Zo een cursus is bijvoorbeeld LEMA (Licht educatieve maatregel alcohol en verkeer) of EMA (Educatieve maatregel alcohol en verkeer). Deze cursussen hebben als doel dat de bestuurder niet meer gaat rijden onder invloed van alcohol. Als het CBR beslist dat de bestuurder een cursus moet volgen, dan krijgt de bestuurder meteen het rijbewijs terug en mag hij dus weer rijden.

Een dergelijk onderzoek dat het CBR als maatregel kan opleggen is een onderzoek naar de rijgeschiktheid. Dit wordt opgelegd als de bestuurder in de afgelopen vijf jaar al eens een EMA cursus heeft gevolgd en de bestuurder zich dus nogmaals schuldig maakt aan een overtreding zoals hiervoor genoemd Wanneer het CBR beslist om de bestuurder mee te laten doen aan onderzoek, kan het CBR besluiten om tijdelijk de rijbevoegdheid te ontnemen. Dit doet ze door het rijbewijs te schorsen en dan mag de bestuurder voor een bepaalde tijd niet rijden. In de meeste gevallen is dit tot wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bestuurder weer geschikt is om de weg op te gaan. Dit is iets anders dan een rijtontzegging. Een rijontzegging wordt bepaald door de rechter of door het Openbaar Ministerie. Dit staat los van de beslissing van het CBR.

Teruggave ingevorderd rijbewijs

De bestuurder kan het rijbewijs terugkrijgen door een procedure te starten tegen het CBR. Dit kan pas nadat de bestuurder de beslissing van het CBR heeft ontvangen. Dit is enkel in het geval dat het CBR beslist om een onderzoek naar de rijgeschiktheid te starten en daarnaast het rijbewijs schorst. Zoals gezegd wordt er namelijk bij het opleggen van een cursus geen rijbewijs ingevorderd en krijgt de bestuurder zijn rijbewijs meteen terug.

Het starten van een procedure tegen het CBR wordt gedaan door middel van een bezwaarschrift. Het bezwaarschrift moet binnen 6 weken worden ingediend bij het CBR, vanaf de datum dat het zij het besluit heeft genomen. In het bezwaarschrift kunnen enkel alleen inhoudelijke gronden genoemd worden, waaronder fouten in de procedure. Het is niet mogelijk om persoonlijke omstandigheden te noemen in een bezwaarschrift. Tijdens de behandeling van een bezwaarschrift blijft het besluit van het CBR in stand. Dat wil zeggen dat tijdens deze procedure het rijbewijs nog steeds ongeldig blijft.

Indien de bestuurder het niet eens is met de beslissing op het bezwaar, dan kan je in beroep gaan bij de rechter.

In sommige situaties wordt het rijbewijs ingevorderd op strafrechtelijke grond. De invordering door het CBR is namelijk op bestuursrechtelijke grond. Tegen een invordering op strafrechtelijke grond kan geen bezwaarschrift worden ingediend, want in dit geval moet er een klaagschrift worden ingediend bij de rechtbank.

Rijbewijs ingevorderd op grond van artikel 130 Wegenverkeerswet