5/5
9.6 van 10 / 21 beoordelingen

Wat betekent artikel 130 Wegenverkeerswet?

De politie kan uw rijbewijs onder andere invorderen op grond van artikel 130 Wegenverkeerswet (WVW). Het doel van die invordering is om het rijbewijs door te zenden naar het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Vervolgens zal het CBR een beslissing nemen. Uiteraard kan de politie niet zomaar uw rijbewijs invorderen op grond van artikel 130 WVW. Enkel in bepaalde bijzondere situaties heeft de politie de mogelijkheid om uw rijbewijs door te zenden naar het CBR. In deze tekst zal besproken worden in welke situaties doorzending naar het CBR mogelijk is en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.

Inhoudsopgave

Situaties waarin het rijbewijs ingevorderd kan worden op grond van art. 130 WVW

Invordering van het rijbewijs op grond van artikel 130 WVW kan in uiteenlopende situaties aan de orde komen. De volgende gevallen kunnen leiden tot invordering in het kader van artikel 130 WVW:

  • Rijden onder invloed van alcohol
    • Niet-beginnend bestuurder: vanaf een ademalcoholgehalte van 785 µg/l, oftewel een bloedalcoholgehalte van 1,8‰
    • Beginnend bestuurder: vanaf een ademalcoholgehalte van 570 µg/l, oftewel een bloedalcoholgehalte van 1,3‰
  • Driemaal recidive voor het rijden onder invloed binnen een periode van vijf jaar
  • Rijden onder invloed van verdovende middelen zoals drugs of bepaalde medicijnen
  • Poging tot suïcide met de auto
  • Spookrijden
  • Drie aanrijdingen veroorzaken binnen een periode van één jaar
  • Niet in staat zijn om het motorrijtuig in bedwang te houden
  • Bewust inrijden op een andere weggebruiker
  • Intrappen van een verkeerd pedaal met als gevolg het veroorzaken van een aanrijding

Werkwijze van het CBR

Als u zich schuldig heeft gemaakt aan één of meerdere van bovenstaande gedragingen kan de politie dus uw rijbewijs invorderen op grond van art. 130 WVW. Vervolgens zal de politie een melding doen bij het CBR. In die melding staat vermeldt welke overtreding begaan is en onder welke omstandigheden. Vervolgens zal het CBR beslissen om al dan niet een maatregel op te leggen of een onderzoek in te stellen. Het CBR heeft de keuze uit verschillende maatregelen en onderzoeken :

  • Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG): deze maatregel strekt ertoe om inzicht te geven in de mogelijke gevolgen van gevaarlijk rijgedrag
  • Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (LEMA): deze maatregel sterkt ertoe om inzicht te geven in de gevaren van rijden onder invloed van alcohol
  • Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (EMA): deze maatregel heeft dezelfde strekking als de LEMA. De EMA is echter uitgebreider en daarom van toepassing op zwaardere overtreders
  • Onderzoek naar de rijgeschiktheid
    • In het kader van drugsgebruik
    • In het kader van alcoholgebruik
    • In het kader van medische redenen
  • Onderzoek naar de rijvaardigheid: het CBR gaat onderzoek doen naar de rijvaardigheid naar aanleiding van onveilig rijgedrag

Als het CBR besluit tot oplegging van een educatieve maatregel dan krijgt u in principe uw rijbewijs terug. Als het CBR een onderzoek instelt naar uw rijgeschiktheid of rijvaardigheid, kan besloten worden dat de geldigheid van uw rijbewijs tijdelijk geschorst wordt.

Oneens met de beslissing van het CBR

Als u het oneens bent met de beslissing van het CBR bestaat er de mogelijkheid om in bezwaar te gaan bij het CBR. Het bezwaarschrift kan gericht zijn tegen een educatieve maatregel of onderzoek. Daarnaast is het mogelijk om bezwaar aan te tekenen tegen de schorsing van de geldigheid van uw rijbewijs in combinatie met een onderzoek. Belangrijk is dat bezwaar tijdig ingediend wordt, namelijk binnen zes weken nadat het besluit van het CBR genomen is. Daarnaast is het noodzakelijk dat het bezwaarschrift op kundige wijze samengesteld is. Het CBR houdt geen rekening met persoonlijke omstandigheden. Het gegeven dat u uw rijbewijs bijvoorbeeld niet kunt missen vanwege uw werk is voor het CBR niet relevant. Alleen processuele gronden zullen ertoe kunnen leiden dat het CBR tot een ander besluit komt. Een voorbeeld van zo’n processueel grond is een foutief verlopen onderzoek.  Als u het na de bezwaarschriftprocedure nog steeds oneens bent met de beslissing van het CBR, dan kunt u in beroep gaan bij de rechter.

Let op: als het CBR de geldigheid van uw rijbewijs schorst, dan is dat op basis van het bestuursrecht. Als u het daarmee oneens bent, moet dus de procedure van bezwaar en beroep gevolgd worden. De invordering op strafrechtelijke gronden dient daarvan onderscheiden te worden, deze procedure loopt namelijk niet via het CBR. Als u het oneens bent met de strafrechtelijke invordering dan kunt u een klaagschrift indienen. Die procedure loopt via de rechtbank en verschilt dus van de bezwaarschriftprocedure bij het CBR.

Wat betekent artikel 130 Wegenverkeerswet?