5/5
9.1 van 10 / 201 beoordelingen

De gedragsregels van artikel 9 wegenverkeerswet 1994

Het overtreden van de Wegenverkeerswet kan gevolgen hebben voor de status van het rijbewijs van de overtreder. Het rijbewijs kan ongeldig worden verklaard, tevens kan de geldigheid geschorst worden. Schenden van de Wegenverkeerswet kan ook leiden tot een ontzegging van de rijbevoegdheid. Een overtreder die ondanks deze sancties toch gaat rijden, is strafbaar op grond van artikel 9 van de Wegenverkeerswet. (Hierna art. 9 WVW). Art. 9 WVW is een vrij groot wetsartikel waarin gedragingen strafbaar gesteld worden. Daarnaast wordt in het wetsartikel ook vaak verwezen naar andere wetsartikelen. In deze tekst zal zo duidelijk en bondig mogelijk art. 9 WVW uiteengezet worden.

Inhoudsopgave

De categorieën

  • Op grond van art. 9 WVW zijn de volgende gedragingen strafbaar:
  • Het besturen van een motorrijtuig gedurende een ontzegging van de rijbevoegdheid;
  • Het besturen van een motorrijtuig terwijl het rijbewijs ongeldig verklaard is;
  • Het besturen van een motorrijtuig nadat de geldig is komen te vervallen na veroordeling (art. 123b WVW);
  • Het besturen van een motorrijtuig terwijl overgifte van het rijbewijs gevorderd is;
  • Het besturen van een motorrijtuig terwijl het rijbewijs ingehouden of ingevorderd is;
  • Het besturen van een motorrijtuig nadat het rijbewijs geschorst is;
  • Het besturen van een motorrijtuig terwijl inlevering van het rijbewijs gevorderd is of het rijbewijs ingenomen is;
  • Het besturen van een personenauto zonder alcoholslot of een niet-werkend alcoholslot terwijl de bestuurder verplicht is deel te nemen aan het alcoholslotprogramma (ASP);
  • Een bestuurder die verplicht is om deel te nemen aan het alcoholslotprogramma, die een personenauto bestuurt waarvan het kenteken niet aan hem gekoppeld is;
  • Een bestuurder die verplicht is om deel te nemen aan het alcoholslotprogramma, die een personenauto bestuurt terwijl een ander in het alcoholslot geblazen heeft.

Bovenstaande opsomming geeft aan dat er veel verschillende situaties denkbaar zijn waarin het een bestuurder wettelijk verboden is om een motorrijtuig te besturen. Alle gevallen hebben een gemeenschappelijke eigenschap: het rijbewijs van de bestuurder heeft een bepaalde status die gevolgen heeft voor het legaal besturen van een motorrijtuig

Basisvoorwaarden die leiden tot strafbaarheid

Uiteraard moet de bestuurder van het motorrijtuig onder één van de bovenstaande categorieën vallen. Dat is op zichzelf nog niet voldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Er zijn namelijk nog twee basisvoorwaarden: de verdachte moet als bestuurder aangemerkt kunnen worden en er moet gereden worden op de weg. Aan het bestuurdersvereiste is voldaan indien de verdachte het motorrijtuig hanteert en door middel daarvan de voortbeweging van het motorrijtuig beïnvloedt. Als het motorrijtuig op het Nederlandse wegennet bestuurd wordt, is aan het weg-vereiste voldaan.

Ontzegging van de rijbevoegdheid (OBM)

Een ontzegging van de rijbevoegdheid is aan de orde indien dat volgt uit een strafbeschikking of een rechterlijk oordeel. Aan de ontzegging is een bepaalde duur gekoppeld. De ontzegging gaat in vanaf het moment dat het rijbewijs ingeleverd is bij het Openbaar Ministerie. Als het rijbewijs te laat ingeleverd wordt, zal in het vonnis bepaald worden wanneer de tijdsduur van de rijontzegging begint te tellen. Daarbij zal het aantal dagen dat het rijbewijs te laat ingeleverd is opgeteld worden.

Rijbewijs dat ongeldig verklaard is

Om binnen deze categorie te vallen is vereist dat de bestuurder rijdt met een rijbewijs dat ongeldig is verklaard. Verder moet, of had de besturen redelijkerwijs moeten weten, dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard. Een ongeldigverklaring kan van toepassing zijn op een bepaald deel van het rijbewijs, bijvoorbeeld het motorrijbewijs. In dat geval is het wel toegestaan om een auto te besturen.

Vordering tot overgifte van het rijbewijs

Hier is sprake van indien de politie, dan wel Openbaar Ministerie, het rijbewijs gevorderd heeft. In principe is de overgifte dan gevorderd op grond van art. 130 WVW, in dat geval twijfelt de politie aan de rijgeschiktheid van de bestuurder.

Inhouding/invordering van het rijbewijs

De bestuurder waarvan het rijbewijs ingevorderd of ingehouden is, mag geen motorrijtuig besturen zolang het rijbewijs niet terug in zijn bezit is. De inhouding/invordering van het rijbewijs gebeurt in principe fysiek en door de politie. Daardoor kan de verdachte niet aanvoeren dat hij er geen weet van had.

Schorsing van het rijbewijs

Deze categorie lijkt sterk op het rijden met een rijbewijs dat ongeldig verklaard is. Enige verschil is dat de schorsing het gevolg is van een onderzoek naar de rijvaardigheid door het CBR (art. 131 lid 2 WVW). Vordering tot inlevering van het rijbewijs In de basis is dit wat anders dan vordering tot overgifte. Een vordering tot inlevering hangt meestal samen met achterstallige betalingen van boetes volgende uit verkeersovertredingen.

Alcoholslot

Deze categorie geldt alleen voor mensen die verplicht zijn deel te nemen aan het alcoholslotprogramma. Het niet-naleven van de voorwaarden leidt tot een overtreding van art. 9 WVW. Gedacht moet worden aan de situaties zoals omschreven in de opsomming. Sinds 2015 mag het alcoholslotprogramma niet meer opgelegd worden. Eerder gevallen waarin het alcoholslotprogramma opgelegd zijn, blijven desalniettemin in stand.

Straffen

Het overtreden van art. 9 WVW is een strafbaar feit, in het bijzonder een misdrijf. Het wordt de overtreder zwaar aangerekend dat ondanks een eerdere sanctie, hij de gevolgen daarvan niet accepteert en toch besluit te gaan rijden. Uiteraard hangt de strafmaat van veel factoren af, maar het oriëntatiepunt staat op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

De gedragsregels van artikel 9 Wegenverkeerswet 1994